WETENSCHAP

PROF. ADLER BESTRIJDT ERFELIJKHEID

„De taak van de opvoeding is om het kind den moed bij te brengen de levensproblemen te bezien in het licht van de deugdelijkheid voor de gemeenschap.”

HEREDITEIT VAN MINDERWAARDIGE ORGANEN

Lezing te Amsterdam.

Voor hen wier belangstelling uitgaat naar het zoo omvangrijke gebied der psychologie, is dit seizoen waarlijk een dorado.

Met Jung en Künkel als vertegenwoordigers van de „jongste scholen”, kwam prof. dr. Alfred Adler, de stichter van de individualpsychologie, naar ons land, waar hij in den loop van dit jaar reeds tal van lezingen hield, waarin hij, fel als hij is in het bestrijden van alle richtingen op en nuances van het terrein der psychologie, die niet door hem worden onderstreept, telkens aanleiding gaf tot scherpe debatten, die onvermijdelijk hun einde vonden door een snedige opmerking van den Weenschen geleerde.

Gisteravond was de belangstelling voor prof. Adlers voordracht, gehouden voor de Nederlandsche Stichting voor Individualpsychologie, uitteraard groot, daar was aangekondigd, dat de spreker een rede van zijn tegenstander prof. dr. Th. J. Stomps, waarin deze het standpunt van de Individualpsychologie ten aanzien van de erfelijkheid van psychische en intellectueele eigenschappen had aangevochten, zou beantwoorden.

Na een korte inleiding van den heer E. d'Oliveira was het woord aan prof. Adler over „Individualpsychologie, erfelijkheid en opvoedingskansen”.

Hoewel wij — aldus spr. — thans nog in het begin van de ontwikkeling van de psychologie staan, weten wij, dat de opvoeding van het kind gebaseerd moet zijn op een grondige kennis van het zieleleven. De groote vraag, die zich hierbij voordoet kan men als volgt formuleeren: hoe vormt het kind zich, hoe maakt het zich een opvatting van het leven, vanwaar komt dat alles? De eenvoudigste oplossing is om dit vormingsproces toe te schrijven aan de erfelijkheid. Doch zij, die hun onderzoekingen in deze richting wendden, constateerden slechts een erfelijkheid van lichamelijke eigenschappen en niet van psychische. De Individualpsychologie daarentegen stelt vast, dat er een erfelijkheid van minderwaardige organen plaats heeft. Het individu is machteloos tegen de natuur. De cultuur echter is zijn veiligheid.

Dit houdt in dat de mensch zich strijdbaar maakt tegen de buitenwereld, ondanks het bewustzijn van deze — toch niet volkomen — veiligheid, die de cultuur hem biedt.

Ook de psyche heeft iets van deze veiligheidstendenz in zich.

Het kind groeit uit boven zijn minderwaardigheid, zijn scheppende geest voert hem tot een gemeenschapsgevoel. Het karakter vormt zich door de betrekking van den persoon tot zijn levensopgave, welke betrekking berust op het gemeenschapsgevoel.

Zoo kan men onmogelijk van een gelijkheid van het karakter spreken, daar ieder kind steeds andere problemen op te lossen krijgt dan de vorige generatie. Met erfelijkheid toch kan men geen nieuwe vragen oplossen. Deze ontwikkeling van het karakter is slechts het bewijs voor den immer scheppenden geest van den mensch.

Na vervolgens ontzenuwd te hebben dat één-eiige tweelingen het bewijs zouden leveren, dat de erfelijkheid het leven beheerscht, sprak prof. Adler nog over de herediteit bij geestesziekten en brak een lans voor de z.g. „Gebrauchspsychologie” waarbij men observeert of het kind den gunstigen invloed, die van den opvoeder uit moet gaan, gebruikt ten nutte van de samenleving. Van meet af aan moet men het kind opvoeden tot medemensch.

Het gemeenschapsgevoel komt pas in den stroom van het leven; toegegeven wordt, dat in de kiem een mogelijkheid voor dit gemeenschapsgevoel aanwezig is. Het groote probleem voor de Individualpsychologie is dan ook het innerlijk van het kind te peilen en te begrijpen. En hier treedt datgene op, wat men misschien het best „een wonder” zou kunnen noemen: want wat is electriciteit, wat is zwaartekracht — wat zijn gedachten?

En juist denken, doen, handelen en willen, dat zijn de essentialia in het leven van het individu.

De taak van de opvoeding is om het kind den moed bij te brengen de levensproblemen te bezien in het licht van de deugdelijkheid voor de gemeenschap.

Moed heeft hij, die een deel van het geheel is, zoo besloot prof. Adler, die de aannemelijkheden en de onaannemelijkheden van het leven weet te aanvaarden, een baan brekend voor een hoogere waarde van een toekomstige menschheid.

Daarna was nog gelegenheid tot het stellen van vragen.


Fuente: «Wetenschap. Prof. Adler bestrijdt erfelijkheid. „De taak van de opvoeding is om het kind den moed bij te brengen de levensproblemen te bezien in het licht van de deugdelijkheid voor de gemeenschap.” Herediteit van minderwaardige organen. Lezing te Amsterdam», Algemeen Handelsblad, Ámsterdam, sábado 1 de junio de 1935, Avondblad, Derde Blad, p. 9, sin firma. Transcripción hecha sobre la imagen de la página en Delpher (ddd:010663972:mpeg21:p009; artículo ddd:010663972:mpeg21:a0192), cotejada con el OCR de la plataforma. Se conservan la ortografía de la época y las formas del impreso («uitteraard», «veiligheidstendenz»); el espaciado de «vormt» y «moed» se da en cursiva. «Als volgt» está parcialmente borrado en la imagen. Las palabras partidas a final de línea se unen. Se omiten las demás piezas de la página.