VOORDRACHT PROF. DR. A. ADLER.
In een der lokalen van het Museum voor Ouders en Opvoeders aan 's Gravendijkwal heeft gisteravond prof. dr. A. Adler, uit Weenen, voor leden van gecombineerde paedagogische vereenigingen alhier, een causerie gehouden over
Individueele psychologie en het rassenprobleem.
Prof. Adler begon met te zeggen, dat men hem dien titel had opgedrongen, maar dat de individueele psychologie feitelijk niets met het rassenvraagstuk had uit te staan.
De massa bestaat uit individuen, die op menigerlei wijs met elkander verbonden zijn. Ieder individu verraadt op de een of andere manier zijn verbondenheid met de massa. Begrippen als „taal” en „mode” zijn typisch massapsychologische verschijnselen. De ééne mensch oefent onwillekeurig op den anderen mensch invloed uit en iedereen krijgt met zijn geboorte een zekere mate van gemeenschapsgevoel mee, dat echter eerst op lateren leeftijd tot uiting komt.
Wil men een gemeenschapsgevoel, een massabeweging, bestudeeren, dan moet men zijn oogen — louter en alleen zijn oogen — den kost geven, want de waarheid ligt in het optisch waarneembare, in een houding, in een enkele handbeweging, in een gelaatstrek.
De geschiedenis der menschheid is een geschiedenis van massabeweging. Men kan twee stroomingen onderkennen. Er is een groep individuen, die door het gemeenschapsgevoel tot activiteit worden gedrongen. En er is een groep menschen, wier levensstijl geheel hierop gericht is, dat anderen de kastanjes voor hen uit het vuur halen. Helaas is laatstgenoemde groep verreweg de grootste en zij, die ertoe behooren, sluiten zich niet bij elkander aan.
Het eenige, wat deze menschen bindt, is groepsegoïsme. Met gemeenschapsgevoel heeft dit echter niets te maken.
Een opmerkelijk verschijnsel is nu, dat nagenoeg alle menschen, ook zij, wier gemeenschapsgevoel slechts zeer matig ontwikkeld is, zich interesseeren voor de individueele psychologie. Het succes van deze wetenschap schreef spr. hieraan toe, dat de individueele psychologie niet zoozeer de gemeenschapsidee als wel het hart van den mensch beroert.
Spr. vertelde het een en ander van zijn arbeid gedurende 16 jaren in Weenen. Geholpen heeft hem eigenlijk niemand, doch duizenden waren zijn leerlingen. Een groot succes was de oprichting van dertig „Schulberatungsstellen”, waar moeilijke kinderen volgens het individueel-psychologisch systeem werden onderhanden genomen. Thans, onder het nieuwe régiem, heeft men in Oostenrijk mijn hulp niet meer zoo noodig, merkte prof. Adler eenigszins bitter op. Maar het uitgestrooide zaad zal zeker niet verloren gaan!
Belangwekkende dingen vertelde spr. van zijn indrukken uit Amerika, waar hij sedert acht jaar het grootste deel van zijn tijd doorbrengt. Amerika is een zeer merkwaardig land, reusachtig groot en zeer verscheiden. Oost en West verschillen hemelsbreed. Er is één ding, dat alle Amerikanen psychologisch bindt. Zij kunnen zich n.l. niet losmaken van de idee, dat ze immigranten zijn. Zij leven steeds in een stemming van weggaan, van opbreken. Vele millioenen wonen in hotels of in woningen, die ten naastebij hotels zijn. De inrichting der meeste huizen is zóó, dat men alles gemakkelijk weg kan dragen en op een handwagentje laden.
Een andere karakteristiek van de Amerikanen is, dat ze altijd de meening hebben, te leven in een land dat alles biedt en dat alles kan. Iedere jongen leert op school, dat hij later president kan worden.
Deze gevoelens leiden ertoe, dat het gemeenschapsgevoel in Amerika tamelijk sterk is ontwikkeld. De menschen zijn er veel meer geneigd, elkander te helpen, dan in Europa.
Het spreekt vanzelf, dat de crisis van de laatste jaren de Amerikanen wel bijzonder zwaar getroffen heeft, want nu moest men leeren inzien, dat hun positie niet zoo veilig was als ze wel hoopten en geloofden.
Na nog het een en ander over zijn werk te New York te hebben meegedeeld, heeft dr. Adler tenslotte enkele dingen over het rassenprobleem gezegd, in verband met de individueele psychologie. Het gaat hier niet om een rassenprobleem, zeide spr. In Amerika bestaat onder de negers evenveel belangstelling voor mijn theorieën als onder de Angelsaksers. Er is geen ras of geloof, of men vindt er velen onder, die zich voor de individueele psychologie interesseeren. De individueele psychologie erkent alle bewegingen, zij doet niet aan een bepaalde politiek; zij heeft slechts het welzijn der menschheid op het oog.
Na de voordracht bestond gelegenheid tot het stellen van vragen, waarvan drie aanwezigen gebruik maakten. In zijn antwoord heeft prof. Adler o.a. nog gezegd, dat erfelijkheid en opvoeding slechts geringe factoren zijn in het leven van den mensch. Het komt er alleen op aan, wat het menschenkind van zijn eigen leven maakt.
Mej. dr. G. G. M. de Vos dankte daarop prof. Adler voor zijn heldere voordracht en noodigde hem uit, op een volgende reis naar of van Amerika wederom te Rotterdam een causerie te houden.
Fuente: «Voordracht prof. dr. A. Adler», Rotterdamsch Nieuwsblad, Róterdam, martes 4 de junio de 1935, Vierde Blad, p. 13 (sección Stadsnieuws), sin firma. Transcripción hecha sobre la imagen de la página en Delpher (MMKB32:164677039:mpeg21:p00013; artículo MMKB32:164677039:mpeg21:a00091), cotejada con el OCR de la plataforma, que se corrige en numerosos puntos («moest men leeren inzien», donde el OCR omitía «men»). El título de la charla, impreso espaciado y centrado, se da en cursiva. En la segunda columna el borde izquierdo de la imagen corta las primeras letras de algunas líneas; se completan por el sentido y el OCR («en opvoeding», donde el OCR lee «on»). Se conserva el pasaje en estilo directo («mijn hulp», «mijn theorieën») tal como se imprimió. Las palabras partidas a final de línea se unen. Se omiten las demás piezas de la página.