Mensch en Medemensch

Degenen die niet bijdragen tot het welzijn der menschheid verdwijnen uit de evolutie der menschheid

De school moet centrum van sociaal onderzoek worden

In Kinderstudie, dat bij uitzondering in De Ruyterstraat 67 bijeenkwam, heeft professor Alfred Adler gisteravond voor een totaal bezette zaal gesproken over Mensch und Mitmensch. Zelden was er een tijd dat de vraag: mensch en medemensch zoo rijp was. Dat de lichamelijke gesteldheid erfelijk is, lijdt geen twijfel; ontwikkeling van het lichamelijke bestaat wel, maar gaat zeer langzaam. Wat we als vorm beschouwen is bevroren beweging, tot materie gevormde beweging en de lichamelijkheid der menschen drukt dan ook een gedachte uit; in verband met de omstandigheden, waaraan ze zich moet aanpassen met alle middelen welke de natuur en zijn verstand ter zijner beschikking stellen. Niets kan zich echter ontwikkelen als niet in de herediteit de mogelijkheid daartoe gegeven is.

Anders staat het met psychische eigenschappen, welke bewegen of bewegend zijn, niet bevroren beweging: ze zijn slechts als beweging te begrijpen, en 't is twijfelachtig of psychische eigenschappen aangeboren zijn. Mogelijkheden moeten wel voorhanden zijn, maar met het schema van 't lichamelijke valt niet te werken. Wat zou een mensch moeten aanvangen met aangeboren eigenschappen, welke niet in zijn eigen tijd passen, de opvatting van zijn voorvaderen zijn geweest, enz. enz.? We weten niets ervan, maar de Individual Psychologie heeft het juiste antwoord gegeven dat een mogelijkheid van een Grundlage gegeven is.

De psychologie heeft „het vergeten kind” vergeten alsof het niets te vertellen had. Het Behaviorisme, Parlovs reflexolie b.v. zegt, dat er geen psyche is, noemt alles wat we waarnemen, voorwaardelijke reflexen, welke geoefend en getraind kunnen worden. Hoe komt 't dat deze reflexen steeds succesreflexen zijn en geen nederlaagreflexen, steeds voordeel- en nooit nadeelreflexen? De Individual Psychologie heeft bevonden, dat er in het zieleleven iets bestaat, dat naar succes streeft. Leven kan niet gedacht worden zonder deze structuur van een streven naar succes, meerderheid e. d. Dit verschijnsel vindt men bij vele menschen en dit karakteriseert den mensch. De mate ervan doet de menschen onderscheiden van elkaar. Allen vinden een andere richting. Geen typen, slechts fijne nuancen.

Wie heeft deze nuancen gemaakt? De Individual Psychologie kan veel ophelderen waarom het eene kind naar het eene, het andere kind naar het andere streeft, in duizenden varianten. Ze houdt zich bezig met de vaststelling hoe zich een mensch verhoudt tot de opgaven van de buitenwereld. 't Zieleleven, het individu, kan slechts als een geheel gevat worden. Alle opgaven hangen met elkaar samen, al spelen diverse problemen er een bizondere rol in. Dat geheel is als het ware de grondmelodie. Wie aan een verregaande erfelijkheid gelooft, dient eigenlijk de hand van de opvoeding af te houden, hij in elk geval zou in een dergelijk geval er niets mee te maken willen hebben.

Aan de vraag der werkzaamheid kan niemand ontkomen. Vlijtig zijn, werken, is de taak en daar tracht men het kind van den beginne af toe op te voeden; maar toch staat ieder anders tegenover het probleem van den arbeid, dat niet te denken is zonder er het probleem van het gemeenschappelijk nut in te betrekken, en de vraag der werkzaamheid is in feite een sociale vraag. Het kind moet leeren, dat arbeid geen last is.

Wie deze vraagstukken niet goed kan zien, kan ook dat der verhouding tusschen beide geslachten niet goed zien, waar een ontwikkeld gemeenschapsgevoel in verwikkeld is. Liefdes- en huwelijksverhoudingen zijn geen private aangelegenheid, maar een van de geheele menschheid, een zeer belangrijke sociale aangelegenheid. De tweegeslachtigheid doet de mogelijkheid van verbetering van het kiemplasma bij de voortplanting aanwezig zijn. Er van weten doet geen mensch, alles is slechts woorden, gelijk in de quaestie der herediteit.

Wie maakt dit alles? De herediteit, de uiterlijke omstandigheden? Het kind beleeft alles, ook in lichamelijkheid, zielsinvloeden, opvoedingsinvloeden, maar niet alles wat er in gegoten wordt komt er uit. Het vergeten kind spreekt namelijk zelf ook een woord mee, verwerkt het aangebodene gelijk het hem zelf past. De invloeden kunnen niet gelijk zijn op alle individuen; het hoofdwoord spreekt het kind en dit is niet afhankelijk van feiten, maar van zijn opvatting van feiten. Het Ding an sich kennen wij heelemaal niet, wij hebben er slechts een meening over; zoo ook het kind en die opvatting van het kind van de feiten is het maatgevende. Opvoeding is het nagaan hoe het kind op de beste invloeden reageert en ze zoo noodig herhaaldelijk toe te passen tot het kind eindelijk goed reageert. Dat is iets bij te dragen tot het welzijn der menschheid.

De wetenschappelijke invloeden zijn identiek met de belangrijkste stroomingen. De menschen hebben steeds meer geweten dan ze begrepen hebben. De Individual Psychologie is een wetenschap welke tracht te begrijpen, de menschen te leeren begrijpen, de menschen te leeren opvoeden. De werkelijkheid leert met betrekking tot de juiste opvatting van den zin des levens, het onderscheid van den mensch van den nevenmensch of den tegenmensch, dat een voldoend gemeenschapsgevoel het onderscheid uitmaakt. Dit gevoel is niet slechts een moreele aangelegenheid, maar is ook wetenschappelijk gerechtvaardigd.

Bij onze geboorte vinden we de bijdragen onzer voorvaderen aan de gemeenschap, als een geschenk der evolutie waaraan we verplichting hebben. De geest onzer voorvaderen, die iets tot het welzijn der menschheid hebben bijgedragen, leeft, werkt, is onsterfelijk, kan niet ondergaan. En wij moeten dat verder dragen. Op de vraag wat er is gebeurd met de millioenen menschen, die niets hebben bijgedragen, is het antwoord: ze zijn verdwenen op het groote experimenteerveld der natuur, verdwenen uit de evolutie der menschheid. Dat zal wel zoo blijven voortgaan. Want maatgevend voor het juiste is de eeuwigheid. Die verdwijning is een wet in de ontwikkeling der menschheid. Wie geen Ahnung heeft van het leven, hier niets te zoeken heeft, verdwijnt. De grootste taak van den mensch is niet den Uebermensch, maar den medemensch te verwekken, die in hoogeren zin de Uebermensch is.

Ten slotte behandelde prof. Adler twee typen van kinderen: 't alles van anderen verwachtende, weinig gemeenschapsgevoel en weinig activiteit vertoonende kind, dat gevaar loopt neurotisch te worden of in een psychose te vervallen en het alle anderen exploiteerende, groote, onsociale activiteit vertoonende kind, dat zich als leider van anderen opwerpt, dat gevaar loopt later te nemen wat 't niet krijgen kan, zelfmoordenaar te worden en zekere soorten van perversiteit te plegen. Beide typen zoeken succes, in beide gevallen ontbreekt het gemeenschapsgevoel. Bij deze typen moet worden ingegrepen met het oog op het mogelijke latere gevaar. Deze kinderen zijn geen medemenschen, een last, geen hulp voor de anderen. Ze moeten Gemeinschafsfähig gemaakt worden, d.w.z. dat ze zich op deze aardbol thuis voelen. Dan hebben ze ook moed en zijn geen lafaards meer, die bang zijn voor het leven, en durven ook de onafwendbare onaangenaamheden van het leven op zich nemen.

Allerlei factoren spelen een rol bij deze quaestie, invloeden van vader, invloeden van moeder, enz. Voor het kind zijn dit oorzaken, maar zuiver wetenschappelijk zijn ze het niet, want dan zou alle opvoeding onmogelijk zijn. Men moet doordringen tot 't standpunt, dat 't kind een fout in zijn ontwikkeling heeft gemaakt, welke weggenomen kan worden. Wie dit niet kan, moet geen opvoeder worden. De aanleg voor het gemeenschapsgevoel is te zwak voor onze gecompliceerde situatie bij een dergelijk kind. Daarom moeten de ouders zoo ontwikkeld worden, dat ze goede opvoeders worden, maar daar verwacht prof. Adler niet veel van wegens de mentaliteit der meeste ouders, van wie degenen die 't meeste voorlichting van noode hebben, buiten den gezichtskring der voorlichters blijven. Hij gelooft niet, dat langs dezen weg op 't aantal der neurotischen en crimineel veroordeelden veel invloed zal kunnen worden geoefend. De school moet het doen. Zij moet de kinderen, die 't noodig hebben, wat meer gemeenschapsgevoel bijbrengen. Dat zou niet alleen der huidige, maar ook der komende generatie ten goede komen. De school moet het centrum van het sociale onderzoek worden. 't Kind moet niet de school verlaten zoolang men niet de zekerheid heeft, dat 't zich in de samenleving zal kunnen handhaven. Daarvan mag niet weerhouden, dat 'n dergelijke institutie tot dusver niet bestaan heeft. De onderwijzers moeten er toe gebracht worden, dat ze de benoodigde kennis in deze bezitten. Zij moeten de kinderen tot medemenschen kunnen maken. Wellicht zal door het uitroeiingsproces der natuur later het gemeenschapsgevoel veel meer aangeboren zijn dan nu, even aangeboren als het ademen, maar wij zijn niet zoo wreed als de natuur en willen dat uitroeiingsproces niet zijn gang laten gaan, maar verzachten. En deze taak schijnt der Individual Psychologie te zijn toebedeeld, welker einde zal samenvallen met het algemeen aangeboren zijn van het substraat van het gemeenschapsgevoel.

Een discussie welke op deze rede volgde heeft prof. Adler gelegenheid verschaft eenige punten nader toe te lichten, en op te wekken de taak te vervullen, welke de verantwoordelijkheid van het weten oplegt, ten bate van de gemeenschap.


Fuente: «Mensch en Medemensch. Degenen die niet bijdragen tot het welzijn der menschheid verdwijnen uit de evolutie der menschheid. De school moet centrum van sociaal onderzoek worden», Het Vaderland. Staat- en letterkundig nieuwsblad, La Haya, jueves 4 de junio de 1936, Ochtendblad A, p. 3, sin firma. Transcripción hecha sobre la imagen de la página en Delpher (ddd:010016619:mpeg21:p003; artículo ddd:010016619:mpeg21:a0019), cotejada con el OCR de la plataforma. El texto impreso empieza «In Kinderstudie, dat…»: falta, por error de composición, el comienzo de la frase (probablemente «Voor de Stichting voor Kinderstudie»). Se conservan la ortografía y las erratas del impreso («Parlovs reflexolie» por la reflexología de Pávlov, «Gemeinschafsfähig», «bizondere»). El periódico alterna en este artículo redonda y cursiva sin criterio aparente; solo se reproduce el espaciado de «Alfred Adler», en cursiva. Las palabras partidas a final de línea se unen. Se omiten las demás piezas de la página.