WETENSCHAPPEN.
INDIVIDUALPSYCHOLOGIE ALS LEVENSLEER.
De mensch behoort een maatschappelijk wezen te zijn. Heb uw naaste lief.
Voordracht prof. Alfred Adler.
AMSTERDAM, 28 Mei. — Vrijdagavond hield prof. Alfred Adler, de vader van de „Individualpsychologie", voor de „Nederlandsche Stichting voor de Individualpsychologie" een voordracht over „De Individualpsychologie als Levensleer".
De „Individualpsychologie" als levensleer moet aan het kind de richting geven voor zijn latere beschaving. De ontwikkeling, het woord zegt het immers reeds zelf, is een beweging. Hierop vindt de oude Grieksche zegswijze „panta rei" (alles stroomt) hare toepassing. De oplossing van het ontwikkelingsvraagstuk schuilt in de steeds grooter wordende aanpassing aan de wereld, waarin we leven. Om ons steeds beter aan de wereld te kunnen aanpassen, moeten wij de gaven, welke we door erfelijkheid hebben verkregen en de wereld, waaarin we leven, goed trachten te begrijpen.
Op den grondslag van practische ervaringen, welke prof. Adler met behulp van deze arbeidshypothese in jarenlange studies heeft opgedaan, kwam hij tot de metaphysische basis van de „Individualpsychologie".
Wanneer de mensch op het tooneel van het leven treedt, vindt hij in de wereld de werken, die zijn voorouders hebben verricht. En wel zijn slechts die werken bewaard gebleven, die aan de menschheid goede diensten hebben bewezen. Datgene, waaruit de menschen geen voordeel konden trekken, is verdwenen.
Daarachter steekt natuurlijk een wet, die algemeene geldigheid bezit. De menschen, die voor de gemeenschap leven, die dus maatschappelijke menschen zijn, kunnen iets presteeren, wat ook na hun dood nog voortleeft, terwijl het leven van de asociale menschen nutteloos is. Voor deze wet, al is zij ook wreed, kan op materieele basis het bewijs niet worden geleverd: zij is zuiver speculatief. En toch blijkt zij, zooals het leven aantoont, op elk gebied geldig te zijn.
Slechts het individu, dat al zijn functies zoo ontwikkelt, dat zij in zoo hoog mogelijke mate rekening houden met de maatschappij, waarin het leeft, kan werkelijk iets presteeren.
Van verstand kan slechts sprake zijn (het Engelsche woord „common sense" sluit deze opvatting al in) wanneer het verstand er op bedacht is, aan de menschheid te dienen. In het kort: alle functies van den mensch kunnen zich slechts in de gemeenschap ontwikkelen. Slechts dan kan de mensch iets presteeren, anders blijft hij steeds in gebreke.
Het practische doel van de „Individualpsychologie" is, dit te voorkomen en de wreede wet zooveel mogelijk te verzachten. Daarmede moet men reeds in de prille jeugd beginnen. Het doel van de opvoeding is het tot stand brengen van het gemeenschapsgevoel; d. w. z. het kind moet in den geest van de „common sense" worden opgevoed. Dan en alleen dàn kan het voor de menschheid iets presteeren.
De levenslijn van den mensch is reeds in het derde levensjaar vastgelegd. Dat wil echter geenszins zeggen, dat men hem later niet meer kan helpen. Binnen bepaalde grenzen is dat best mogelijk; men kan nog steeds het grootere euvel door het kleine vervangen, door het kind den zin van het leven: het toebehooren tot de gemeenschap, te doen begrijpen.
Misdadigers, delinquenten enz. zijn menschen, aan wie het gemeenschapsgevoel ontbreekt. Evenzoo is het met moeilijk-opvoedbare kinderen.
Er bestaat geen vraag in ons leven, die niet in verband staat met het sociale. Slechts degene, die zich als deel van het geheel voelt, kan iets voor dit geheel presteeren. Dit is de zin van ons leven, want: „Nur an ihren Früchten könnt ihr Sie erkennen".
Het: „Heb uw naaste lief", is in alle godsdiensten het opperste principe. Voordat wat hier nog zuiver ethisch is, heeft de „Individualpsychologie" de wetenschappelijke fundeering gevonden. De menschen tot deze liefde op te voeden is het hoogste doel der „Individualpsychologie".
Fuente: «Individualpsychologie als levensleer. De mensch behoort een maatschappelijk wezen te zijn. Heb uw naaste lief. Voordracht prof. Alfred Adler», De Telegraaf, Ámsterdam, lunes 28 de mayo de 1934, Avondblad, Derde blad, p. 6 (p. 10 del ejemplar digitalizado), rúbrica «Wetenschappen», cols. 3-4; sin firma. Transcripción hecha sobre la imagen de la página en Delpher, cotejada con el OCR de la plataforma. La conferencia fue el viernes 25 de mayo de 1934. Se conservan la ortografía de la época y las formas del impreso («waaarin», «Sie» con mayúscula en la cita evangélica, «Voordat» por «Voor dat»); el espaciado de «Alfred Adler» se da en cursiva. Se omiten los demás artículos de la página.