DE BETREKKINGEN TUSSCHEN OUDERS EN KINDEREN
Causerie van Alfred Adler
Gisteravond heeft prof. dr. Alfred Adler, psychiater te Weenen, in de schouwburgzaal van Grand Hotel „Gooiland” een lezing gehouden over „Betrekkingen tusschen ouders en kinderen”. Voor deze lezing bestond groote belangstelling. Na een woord van welkom en een korte propagandistische rede van den voorzitter, den heer K. v. d. Graaf, kreeg dr. Adler gelegenheid tot het houden van zijn lezing.
Spr. ving zijn rede aan met er op te wijzen, dat de band tusschen kinderen niet los te maken is. De betrekkingen tusschen ouders en kinderen zijn vele, maar het is maar de vraag, hoe deze gericht zijn. Er zijn hier twee extremen: de moeder, die haar kind verwent, en de moeder die haar kroost verwaarloost. In beide gevallen dreigt het kind te zullen ondergaan aan gebrek aan gemeenschapszin. Het verwende kind schept in zijn momenteelen toestand situaties, die slechts te handhaven zijn in de kleine gemeenschap van het gezin. Treedt het kind in een andere gemeenschap als school en maatschappelijke functie dan kan het zich niet meer naar wensch uitleven.
Anderzijds zal het kind dat steeds in conflict met zijn ouders leeft de Umwelt als „feindselig” ervaren. De conflicten met de gemeenschap komen tot uiting in neurotische symptomen. Alle neurotische verschijnselen komen voort uit voorbereidende middelen, die naar superioriteit streven als einddoel. In het kleinste trekje komt de grondstructuur der persoonlijkheid tot uitdrukking. Uitvoerig betoogde spr. dat voor de structureele ontwikkeling de eerste vier levensjaren beslissend zijn. Tot in hoogen ouderdom zijn de zelfde karaktertrekken, dezelfde uitdrukkingsvormen, de zelfde levensstijl te ontdekken. Het kind met minderwaardigheids-complexen zal nimmer een reëele houding tegenover de gemeenschap kunnen vinden. Vragen als liefde, sexualiteit en kameraadschap worden onoplosbare puzzle's bij een zoodanige psychische habitus. Hoe zal men hierin den juisten weg vinden? Het kind zal een reëel contact met de buitenwereld moeten beleven en de voorbereidingen moeten daarop gericht zijn, dat het volkomen „eingebettet” in de gemeenschap, zich anschlussfähig betoond en alzoo een vreugde en geen last is. Het kind bouwt zich een levens elan op en deze Leitlinie zal ook op school het leidend motief worden. Deze fictieve levensstijl kan zich in twee extremen voordoen: het actieve en het niet-actieve type. Het laatste type, zal, weinig agressief als het is, zich op den achtergrond houden. Er kunnen zich storingen in gevoels- en denkleven openbaren. Dit is het potentieel-nerveuze kind. In het ontbreken van activiteit ontstaat een regressie in het leven, dat zich uit in dag- en angstdroomen.
Het type, welks optreden wordt gekenmerkt door activiteit heeft evenmin gemeenschapszin. De ziekelijk-verhoogde activiteit leidt tot on- en a-sociale daden: het is het type van de potentieele deliquenten.
De fictieve levensstijl kan zich in tal van nuances en variaties openbaren, maar steeds is er de verbroken harmonie tusschen individu en gemeenschap.
Aan de hand van voorbeelden ging spr. vervolgens na, welke foutieve handelingen bij de opvoeding een dergelijken levensstijl kunnen bevorderen. Veertig procent der kinderen is volgens spr. linkshandig en deze omstandigheid kan op school dikwijls leiden tot een beleven van een minderwaardigheid van zijn persoonlijke dispositie. De betrekkingen tusschen ouders en kinderen komen ook sterk naar voren in de puberteitsperiode. Ook hier zullen de voorbereidingen zich doen gelden. Ook wanneer het kind een zelfstandige plaats in gaat nemen zijn er die betrekkingen. Immers over de school grijpt men terug naar de eerste levensjaren.
In het slot van zijn rede wees spr. op de taak van de ouders en de school, den levensstijl te verbeteren en meer sociaal interesse op te wekken. Nog te veel wordt de school door de leerlingen gezien als een vijandige macht en de leeraar moet nog zoo vaak constateeren, dat de leerling, in plaats van een medewerker een plaag voor hem is.
Met den wensch, dat allen, die leiding aan het kind hebben te geven, steeds meer streven naar het ideaal van een harmonische ontwikkeling van het kinderlijke zieleleven besloot dr. Adler zijn rede.
Fuente: «De betrekkingen tusschen ouders en kinderen. Causerie van Alfred Adler», De Gooi- en Eemlander, Hilversum, viernes 14 de mayo de 1937, Tweede Blad, p. 6 (p. 8 del ejemplar digitalizado), sin firma. Transcripción hecha sobre la imagen de la página en Delpher (ddd:011172570:mpeg21:p008; artículo ddd:011172570:mpeg21:a0190), cotejada con el OCR de la plataforma. Se conservan la ortografía y las erratas del impreso («de band tusschen kinderen», probablemente por «tusschen ouders en kinderen»; «deliquenten»; «levens elan»). En «het ideaal van een» el tipo está roto en la imagen. Las palabras partidas a final de línea se unen.