---
Title: Sprookjes, Droom en Fantasie
Description: Soerabaijasch Handelsblad, Soerabaja, Vierde blad III (blz. 15 van het exemplaar in Delpher, gedateerd 7 October 1933; het blad zelf draagt het hoofd «Zaterdag, 30 September 1933»), rubriek «Kunst en Wetenschap». Verslag «van onzen correspondent» over de lezing van prof. dr. Alfred Adler «Sprookjes, droom en fantasie» voor de Stichting voor Kinderstudie in het Nederlandsch Lyceum te Den Haag, op 11 September 1933: sprookjes en het leven van het kind, het doel der overwinning, de fantasie als Schwungkraft, slaaphouding, de droom, helderzien.
Author: Periodista sin firma
URL: https://adler.school/archivo/adler/cronicas/original/1933-10-07%20Sprookjes%2C%20Droom%20en%20Fantasie
---


<!-- blz. 15 -->

# Sprookjes, Droom en Fantasie.

## De droom is een scheppend product van de scheppende kracht des menschen.

*(Van onzen correspondent).*

In een zeer druk bezochte vergadering van de Stichting voor Kinderstudie heeft 11 Sept. in het Ned. Lyceum in Den Haag, prof. dr. *Alfred Adler* gesproken over: Sprookjes, droom en fantasie. Deze drie factoren behooren nauw bijeen. Men moge misschien het eenmalige missen bij de over heel de wereld verbreide sprookjes, maar het is opvallend, hoe elk kind op zijn manier sprookjes beleeft en er zijn nut uit trekt. Ze verzinnen ook sprookjes; ze zoeken een aansluiting aan een bestaand en de sprookjes welke, hetzij steunend op een bestaand, hetzij door het kind geheel verzonnen, een deel van het leven van het kind bevatten, stemmen zóó overeen met de wenschen en situaties enz. van het kind, dat men er belangrijke conclusies over het leven van het kind zelf uit kan trekken.

De sprookjeswereld beteekent iets, dat wegens zijn levensvorm geassimileerd wordt. In de sprookjeswereld van alle volken en tijden is iets, dat ons aan het leven van onze kinderen herinnert; ze hebben dan ook een buitengewoon groote leerkracht, wij allen hebben er menschenkennis, karakterkennis uit opgedaan. De toepassing van het stiefmoederprobleem daarentegen heeft veel onheil aangericht bij de kinderen, en hij stelt den eisch, dat den kinderen elk sprookje, dat ze lezen, geinterpreteerd wordt, want de wreedheden welke er vaak in voorkomen, kunnen veel nadeel aanrichten, gelijk hij met voorbeelden uit zijn practijk toelichtte: Vrees voor appelvrouwen (Sneeuwwitje), vrees voor misvormden (toovenaars) enz.

Het zieleleven kan men zich als beweging en niets dan beweging voorstellen, als deel van het leven zelf, dat beweging is. Het doel der beweging is een doel der overwinning, de evolutie. Uit een minus situatie wordt gestreefd naar een plus situatie. In elk kind speelt zich dit proces van het streven naar 't doel der overwinning af. Alle bewegingen van het zieleleven passen zich bij dit doel aan, dat in verschillende vormen optreedt: verstandiger, sterker, gezonder te zijn dan een ander, enz. enz. Vandaar dat dit doel telkens verandert, als het kind merkt, dat zijn uitverkorene niet de machtigste is, bv. de koetsier niet zoo machtig is als de verkeersagent, die de paarden van den koetsier met een gebaar van zijn hand doet stilhouden; de dokter die de als doel gestelde filmdiva van den dood redt e. d. Dit heeft veel met de sprookjes en de fantasie uit te staan. Zoo'n doel kan niet worden gesteld zonder dat iets wonderbaarlijks in het kind plaats grijpt. Een Schwungkraft treedt op in het kind, welke het dankt aan de fantasie. En daarom kan gezegd worden, dat vrijwel geen enkel kind zonder fantasie is.

Natuurlijk kan de fantasie minder gunstigen invloed hebben, het kind afleiden van zijn taak en het werkelijke leven. Maar geen taak kan goed worden verricht zonder fantasie. Bij zwakzinnige kinderen evenwel speelt de fantasie zoo goed als geen rol.

Met de sprookjes leven we mee, we identificeeren ons er mee, gelijk in een roman; dat maakt de fantasie, zooals we door een tooneelvoorstelling worden medegesleept door de fantasie. Vaak bestaat de fantasie van den mensch in het plegen of doorstaan van gruwelijkheden, een fantasie, welke, als ze in de werkelijkheid kwam, slechts onheil zou aanrichten. Deze gruwelenfantasie vindt men ook in de sprookjes en deze moeten zooveel mogelijk weggehouden worden, ook al zou er een goede les uit te trekken zijn. Dat moet ook met allerlei dergelijke verhalen voor kinderen, welke al ellende genoeg op hun geweten hebben.

De wijd verbreide sprookjes zijn te vinden bij alle volken, bij hoogere en lagere rassen. Gelijk fabels zullen ze steeds een der belangrijkste leerstoffen zijn ter beleving van de fantasie van het kind. Slechts dient men te zorgen, dat het er geen conclusies uit kan trekken, welke we niet kunnen goedkeuren.

De fantasie is een zeer belangrijke factor om den einheitlichen levensvorm van den mensch te leeren kennen. Verzandt de fantasie voor het wat verricht, dan noemen we een kind een droomer. Iedere kunstenaar verkeert bij tijden in de sfeer van het beweginglooze, in de fantasie, waar iets broeit, dat later tot kunstwerk rijpt en tot nut van de gemeenschap is.

De algemeenheid der fantasie is terug te vinden in de algemeenheid der droomen. De individueele psychologie stelt 't droomleven niet tegenover het werkelijke leven, evenmin als de slaap tegenover het leven staat. Uit de slaaphouding van den mensch kan men veel concludeeren over het karakteristieke in zijn levensvorm. Van een als een egel ingerold slapend kind moet geen moed verwacht worden, van een in zijn volle lengte slapend, als het ware in de houding: geeft acht, dat 't in het leven voortdurend op zijn hoede zal zijn; een kind, dat voorover op de knieën ligt te slapen, wil niet gescheiden zijn van zijn verwanten en ligt in een luisterpositie, een verwend, afhankelijk kind, dat heelemaal niet graag gaat slapen.

De droom brengt het kind in het land der fantasie. De opzet van den droom is het bereiken van een doel zonder dat men er zich van bewust is, gelijk ook in het wakende leven voorkomt. In de structuur der droomfantasie vindt men alle middelen, om de eigen levenshouding van den mensch te vinden. De droom wil zich losmaken van onzen common sense van ons bewuste denkleven, aangezien hij aan ons gevoelsleven appelleert. Er is iets intoxiceerends in. Er wordt een sterke Schwung gegeven in de richting van het doel, dat de eigen aard van den droomer stelt. De macht van den levensstijl werpt de fantasie op, ook in den droom. Vandaar dat zwakzinnige kinderen, die geen fantasie hebben, vrijwel niet droomen. En als ze droomen, zijn die droomen ook zwakzinnig. Want de droom is een scheppend product van de scheppende kracht des menschen. De gevoelens en emoties van den droom werken als motoren.

Zoo gaat er één lijn door de sprookjes, droomen en fantasie. De fantasie houdt ze tezamen. Wellicht is elke droom een sprookje. Zoo ook leidt een droom tot helderzien.

Gevraagd werd, of de vrees van bizonder aesthetisch aangelegde kinderen voor misvormden niet veroorzaakt zou kunnen worden door vrees voor het onvolkomene.

Prof. Adler kan dit niet geheel ontkennen, al speelt natuurlijk vrees voor het ongewone mee. Streven naar volkomenheid doet zich inderdaad bij menig kind voor als een aesthetisch gevoel.

Op een vraag inzake het helderzien, gesteld in verband met een geval, dat een kind in zijn droom iets had gezien, dat inderdaad later gebeurde, antwoordde prof. Adler, die zeer sceptisch staat ten opzichte van telepathie e.d., onder helderzien te verstaan, dat een kind iets droomt zonder dat hij er invloed op heeft, en dat dit uitkomt. Dat zal vaak genoeg voorkomen. 't Zou slecht gesteld zijn met den menschelijken geest als 't nimmer uitkwam.

De heer A. Rienks, raad-adviseur van Onderwijs, die den avond leidde, heeft hem besloten met een woord van dank aan den spreker.

---

*Fuente:* «Sprookjes, Droom en Fantasie. De droom is een scheppend product van de scheppende kracht des menschen», *Soerabaijasch Handelsblad*, Surabaya (Java), Vierde blad, p. III, rúbrica «Kunst en Wetenschap», cols. 5-6; «van onzen correspondent», sin firma. Delpher fecha el ejemplar el 7 de octubre de 1933 (p. 15 del ejemplar digitalizado), pero la cabecera impresa de la página dice «Zaterdag, 30 September 1933, Vierde blad III»; se mantiene la fecha del catálogo y se deja constancia de la discrepancia. Transcripción hecha sobre la imagen de la página, cotejada con el OCR de la plataforma (que da, por ejemplo, «vormjairdfn"jn^&%» en una línea mal entintada: «om den einheitlichen levensvorm van den mensch te leeren kennen»). Se conservan la ortografía de la época y las formas del impreso («Verzandt de fantasie voor het wat verricht», «Dat moet ook met allerlei dergelijke verhalen», ambas frases defectuosas en el original); el espaciado de «Alfred Adler» se da en cursiva. Se omiten los demás artículos de la página.
